
Riekje Elema is op 10 februari 1957 geboren in Groningen. Ze is opgegroeid in Huizinge op de boerderij Framaheerd van haar ouders, waar nu nog haar broer Aldert woont en boert. Na haar middelbare schoolperiode verhuisde ze naar Groningen, waar ze in het Academisch Ziekenhuis de verpleegkunde A opleiding deed. Na vervolgens nog de opleiding voor wijkverpleegkundige te hebben gevolgd, werkte ze enkele jaren als wijkverpleegkundige in die stad.
In 1987 vertrok ze naar Afrika, waar ze voor Artsen Zonder Grenzen ging werken. Ze kon voor een jaar naar Oeganda. Er woedde een burgeroorlog, mensen raakten op drift en het land werd geteisterd door malaria en de opkomst van aids. Er was hongersnood wat leidde tot een grote stroom ondervoede kinderen.
Na Oeganda volgden drie jaren Mozambique. Daar waren de situatie en de werkzaamheden vergelijkbaar met die in Oeganda. Vervolgens volgden twee jaar in Kenia. Daar is ze in twee vluchtelingenkampen geweest. In samenwerking met bijvoorbeeld de wereldvoedselorganisatie en andere UN hulporganisaties zijn onder andere vaccinatieprogramma’s tegen malaria en TBC opgezet.
In 1995 keerde Riekje terug naar Amsterdam. Vanuit Amsterdam heeft ze 15 jaar als medisch adviseur voor Artsen zonder Grenzen gewerkt.
Tussendoor werd ze in 2004 nog een keer uitgezonden naar Zambia, waar ze een HIV/Aids project opzette en veel werk verzette op het gebied van malaria.
In totaliteit heeft Riekje wereldwijd in meer dan 30 landen gewerkt.
Tussen alle werkzaamheden door volgde ze ook diverse studies. Zo werd er aan de Universiteit van Liverpool een Master Community Health behaald en aan de UVA in Amsterdam een Master Medische Antropologie.
Na haar internationale periode werkte Riekje in Amsterdam een periode in het ziekenhuis en heeft ze een Buurtzorgteam opgezet.
Na haar terugkeer naar Winsum (Groningen) werkte ze nog een periode in de ouderenzorg en in het Academisch Ziekenhuis in Groningen.
Riekje is op 19 april 2024 overleden te Winsum.
In haar testament regelde ze de oprichting van het Elema fonds. Al haar bezittingen kwamen toe aan het fonds met de opdracht daarmee doelen te ondersteunen die in het verlengde liggen van datgene wat ze zelf deed in haar werkzame leven, het werken aan het verbeteren van de gezondheid van mensen, die dat op eigen kracht niet voor elkaar krijgen.